Hij is niet testbaar

///Hij is niet testbaar

Hij is niet testbaar.

Lex wordt per telefoon aangemeld door een bevriende relatie. Het jongetje is een jaar of 8.
De school loopt tegen problemen aan. Lex wil niet leren. Hij wordt soms zo boos dat hij zijn schriften op de grond gooit en weigert om ook maar iets te doen.
Hij blokkeert en bokt. Wordt boos en is brutaal.
Rekenen gaat nog wel, maar alles wat met taal te maken heeft is een drama.

Dat zegt school.

Omdat hij wel ‘slim overkomt’ willen de ouders van Lex graag weten wat zijn mogelijkheden zijn. Hoe is het gesteld met zijn intelligentie. Wat kan hij?

Dus Lex is een paarkeer getest. Alhoewel … er zijn pogingen gedaan door verschillende onderzoekers.
Maar nee.
Hij laat zich niet testen. Hij wil niet, blokkeert en weigert ook maar iets te zeggen of te doen.

Dat is lastig.

Of ik hem wil testen. Dat wil ik wel, maar als Lex inmiddels zoveel negatieve test-ervaringen heeft opgedaan, dan wil ik goed nadenken over wat ik ga testen en vooral hoe. Ik pak een oude werkwijze van stal. Het heeft eerder gewerkt.

Na een informerend gesprek met de ouders en leerkrachten stuur ik de klas van Lex een brief.

Beste allemaal,

mijn naam is…. Ik kom een ochtendje bij jullie op bezoek.
…………..

En dat doe ik. Voor mij een goede gelegenheid om te observeren. Een tijd in de klas, mee naar buiten, de kinderen denken dat ik zomaar langs kom.
Dan, voordat ik weg ga, vertel ik de klas dat ik het erg leuk vond om er te zijn geweest. Met verschillende kinderen heb ik een klein praatje gehouden. Lex heeft alles op een afstandje bekeken.
Opvallend was dat hij tijdens de pauze heel goed was in basketbal.

Twee dagen later stuur ik de klas weer een brief:

Beste klas,

Nogmaals bedankt voor jullie gastvrijheid. Misschien willen jullie weten wat ik kwam doen? Ik kom bij verschillende scholen op bezoek.
Waarom? Omdat ik wil onderzoeken of kinderen die goed zijn in sport, ook goed zijn in rekenen.
Of dat kinderen die goed zijn in het helpen van de juf, ook goed zijn in spelling. Misschien dat kinderen die goed zijn in opruimen, ook goed kunnen schrijven?
(Ik heb nog nooit van zo’n raar onderzoek gehoord, maar kinderen vinden het geweldig)

Daarna som ik allerlei bevindingen op van verschillende kinderen die me op zijn opgevallen die ochtend. Positieve bevindingen.
Uiteindelijk vertel ik in de brief:

Voor mijn onderzoek mag één kind met mij mee om nog wat meer opdrachten te doen. Kinderen op andere scholen hebben dat al gedaan. De meesten vonden dat leuk, maar er zitten ook lastige opdrachtjes bij.

Ik ga jullie nu nog niet vertellen wie het is geworden, dat horen de vader en moeder eerst. Tot snel!!!

Later op de middag vertelt de juffrouw me dat de kinderen juichend reageren na het lezen van de brief. Ook Lex.

Lex krijgt diezelfde middag een brief thuis waarin hij wordt uitgenodigd om met mij nog wat extra opdrachten te doen. Ik benoem in de brief positief gedrag wat me opviel. Met daarbij dat hij bijzonder opviel door zijn sportieve en goede basketbalspel. Lex vindt het prima.

Zoals eerder met de ouders afgesproken, informeren ze Lex goed voordat ik op school kom. Ook de leerkrachten herinneren hem eraan.

De maandag erop is het zover. Ik kom op school om de WISC (intelligentie onderzoek) af te nemen.
Wat gebeurt er? Lex staat al klaar. Kinderen wensen hem succes en zeggen dat ze het jammer vinden dat zij niet mee kunnen.

Voordat ik start met de WISC maak ik duidelijke afspraken met Lex. Ik vertel hem hoeveel opdrachten er zijn. We spreken af, dat áls hij wil stoppen, we dat doen en de keer erna weer doorgaan.
Bij iedere opdracht neem ik rustig de tijd. Ik wil weten hoe hij op de opdrachten reageert. Al snel wordt duidelijk dat Lex taal letterlijk opvat. Een belangrijk gegeven!

Dan komt het moment dat hij afhaakt. Hij wil stoppen. De deel-opgave moet nog af. Hij blokkeert. Ik vertel hem dat we de opdracht stoppen, als de opgave af is. Zoals we dat af hebben gesproken.
Hij ontspant, maakt de opgave af. Is direct weer aanspreekbaar. We stoppen.

Dan is het pauze. Ik vraag hem of hij na de pauze door wil gaan of de vrijdag erna. Hij zegt enthousiast dat hij na de pauze verder wil. Dat had ik niet verwacht.
Al zijn weerstand is weg.
Na de pauze hou ik het kort. Het is voorbij voordat hij het door heeft. We spelen samen een spel. Ik geeft hem een speciale pen en vraag hem of hij daar op wil passen tot vrijdag.
(Door die pen, weet hij dat ik terugkom).
Hij knikt trots. Misschien mag hij er mee schrijven? Natuurlijk, als de juf hetgoed vindt, mag dat.

Uiteindelijk zijn in 4 testmomenten de WISC, enkele leestests en spelletjes gedaan. Een schat aan informatie.
Daarnaast: een trotse jongen, veel inzicht in zijn handelen, meer begrip bij leerkrachten na het bespreken van het verslag.

Niet testbaar?
Nee. Dat ligt niet aan Lex. Dat ligt aan de omstandigheden.
Een standaard test kan best afgenomen worden op een uitzonderlijke manier. Het vraagt creativiteit, tijd en buiten de kaders denken.  En…inzicht in de denkwereld van kinderen.

Maar is dat niet juist het mooie van dit vak?!

2013-11-01T11:27:25+00:00 november 1st, 2013|streep|2 Comments

2 Comments

  1. Bianca 1 november, 2013 at 11:46

    Mooi.

  2. tinek3 1 november, 2013 at 11:45

    Super. Vaak maakt een andere insteek het veel beter. En geeft meer ontspanning dan je strak willen houden het geen waarvoor die jongen kwam. Een test is altijd een moment opname

Comments are closed.